Demo

Overlijdensrisicoverzekering.nl

Online vergelijken en direct afsluiten.
Altijd een realtime overzicht van de laagste premies!

OVERLIJDENSRISICOVERZEKERING
VERGELIJKEN

Goedkoopste verzekering

Overlijdensrisicoverzekering

Een overlijdensrisicoverzekering of ORV keert een bedrag uit bij het overlijden van de verzekerde. Dit bedrag kan dienen ter aflossing van een hypotheek zodat uw woonlasten verminderen waardoor uw nabestaanden goed verzorgd achterblijven.

Een overlijdensrisicoverzekering wordt ook afgesloten indien het nodig is dat bij overlijden een groot bedrag in één keer ter beschikking komt. Bijvoorbeeld bij bedrijfsoverdracht of huursituaties. Op deze website vindt u alle benodigde informatie over overlijdensrisicoverzekeringen, de verzekeraars en hun voorwaarden.

  • Een overlijdensrisicoverzekering (of orv) dekt het risico bij overlijden. Het is een losse verzekering waarvoor u een periodieke, meestal maandelijkse, premie voor betaalt. Indien degene op wiens leven de overlijdensrisicoverzekering is afgesloten tijdens de looptijd van de verzekering komt te overlijden, dan keert de verzekering het verzekerde bedrag uit. Een overlijdensrisicoverzekering is dus afhankelijk van het leven van de verzekerde. Het wordt daarom ook wel levensverzekering genoemd.

    Het bedrag dat vrijkomt bij overlijden kan bijvoorbeeld besteed worden om de hypotheek af te lossen of juist om een huis aan te kopen. Immers vaak valt bij overlijden van iemand ook direct een inkomen weg, waardoor het belangrijk is dat voor de nabestaanden geld ter beschikking komt. Een woning zonder hypotheek leidt dan tot de noodzakelijk zijnde lagere maandlasten.

    De hoogte van de premie voor een overlijdensrisicoverzekering is afhankelijk van de hoogte van het verzekerd bedrag bij overlijden. Hoe lager het verzekerd bedrag hoe lager het risico voor de verzekeraar, dus hoe lager de premie.

    Een andere factor die een rol speelt bij de hoogte van de premie overlijdensrisicoverzekering is de leeftijd van de verzekerde. Hoe ouder de verzekerde, hoe groter het risico van overlijden. Voor het bepalen van dit overlijdensrisico gebruiken verzekeraars sterftetafels. Hierin wordt aangegeven hoeveel mensen er per 1000 mensen per jaar gemiddeld overlijden. Iedere verzekeraar in Nederland gebruikt dezelfde sterftetafels, toch leidt dit verschillende hoogtes in de premie voor een orv. Hoe komt dat?

    Overlijdensrisicoverzekeringen worden aangeboden door vrijwel alle verzekeraars in Nederland. Het is op zich een heel eenvoudige verzekering. Bij overlijden keert de verzekering het verzekerde bedrag uit. Hoewel er sprake is van een heel eenvoudige verzekering zijn er enorme verschillen in premie van de verschillende aanbieders van overlijdensrisicoverzekeringen. Dit komt omdat de ene verzekeraar meer wil verdienen op de overlijdensrisico-verzekering dan de andere. Daarnaast rekent de ene verzekeraar mee provisie dan de andere. Het is dus van belang dat u goed vergelijkt en kiest voor de overlijdensrisicoverzekering met de laagste premie. Daarmee bespaart u vaak duizenden euro's op uw overlijdensrisicoverzekering.

    Premie overlijdensrisicoverzekering

    Hoewel overlijdensrisicoverzekeringen onderling nauwelijks verschillen loopt de hoogte van de premie voor een overlijdensrisicoverzekering per verzekeraar behoorlijk uiteen.

    Zo betaalt u bij de ene verzekeraar een veel lagere premie dan bij de andere. Het vinden van de verzekeraar met de goedkoopste premie kan u dus veel geld besparen. Hoe vindt u de beste overlijdensrisicoverzekering? Simpel; vraag het onze adviseurs of vergelijk zelf!

  • Tijdelijke risicoverzekering

    De meeste overlijdensrisicoverzekeringen zijn tijdelijk en worden aangegaan voor een bepaalde duur. Indien de verzekerde binnen de vooraf afgesproken duur komt te overlijden, dan keert de verzekeraar het verzekerde bedrag uit. Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering komt het meeste voor.

    Levenslange risicoverzekering

    Een uitvaartverzekering is meestal een levenslange verzekering. Een levenslange overlijdensrisicoverzekering wordt meestal afgesloten om de nabestaanden in staat te kunnen stellen de om de erfbelasting te kunnen voldoen. Omdat de verzekeraar met zekerheid ooit een keer uit zal moeten keren is de premie voor een levenslange verzekering hoger dan voor een tijdelijke verzekering.

    Vaste termijn risicoverzekering

    Een vaste termijn orv is een tijdelijke verzekering, maar dan met het verschil dat de verzekeraar pas na overlijden op de einddatum van de verzekering uitkeert. De premie voor deze vorm is meestal lager zijn dan bij gewone tijdelijke verzekering.

    Gelijkblijvend of dalende risicoverzekering

    Bij een gelijkblijvende overlijdensrisicoverzekering blijft het verzekerde bedrag altijd gelijk. Het is tevens mogelijk om de hoogte van het verzekerd bedrag en de premie jaarlijks te laten dalen, met een vast bedrag (lineair dalende orv of een vast percentage (annuïtair dalende orv). Een dalende orv kan bijvoorbeeld worden afgesloten naast een hypotheek. Als bijvoorbeeld beide partners werken, maar geen van beide in staat is om de hypotheeklasten alleen te kunnen voldoen maar beiden de komende jaren wel meer gaan verdienen, dan kan een dalende orv uitkomst bieden.

    Begunstiging

    De begunstigden zijn diegene die de uitkering ontvangen en in de meeste gevallen de nabestaanden. De verzekeringnemer is echter altijd vrij een andere begunstigde aan te wijzen. Meestal zal een bank in het geval van een hypotheek een overlijdensrisicoverzekering verplicht stellen. Door een clausule in de polis op te nemen zal de bank de begunstigde worden.

Overlijdensrisicoverzekering en woekerpolis

In Nederland zijn door verzekeraars 7 miljoen woekerpolissen verkocht. In een groot deel van de verzekeringen zit ook een overlijdensrisicoverzekering. Dat houdt in dat een deel van de maandelijkse premie niet wordt belegd maar wordt gebruikt om het risico van overlijden af te dekken. Is dit het geval dan spreekt men van een gemengde verzekering, of wel een verzekering die altijd uitkeert. Aan het einde bij in leven zijn, het bedrag dat met de beleggingen is behaald, of bij overlijden voor einddatum het bedrag dat is verzekerd.

Een voorbeeld:

Meneer Dijsselbloem sluit een gemengde beleggingsverzekering. In een gemengde beleggingsverzekering zitten 2 componenten: er wordt een bedrag uitgekeerd op einddatum ter hoogte van het resultaat van de beleggingen, of er wordt een bedrag uitgekeerd bij overlijden voor einddatum van de verzekering, afhankelijk van de gekozen overlijdensrisicodekking. Stel de prognose bij 8% rendement bedraagt 200.000 euro op einddatum. De looptijd van de verzekering bedraagt 30 jaar. Indien de polis een beter resultaat haalt dan 8% ontvangt meneer Dijsselbloem na 30 jaar een hoger bedrag dan 200.000 euro. Indien het rendement gedurende de looptijd lager is dan 8% dan wordt de einduitkering ook lager dan de 200.000 euro. Het 2de component van de beleggingsverzekering is de overlijdensdekking. Het gekozen bedrag van de overlijdensdekking wordt uitgekeerd indien de verzekerde vroegtijdig, dwz voor einddatum, komt te overlijden. Bij een gemengde verzekering wordt dus of de opbrengst van de beleggingen wordt uitgekeerd op einddatum bij in leven zijn, of het verzekerd bedrag bij eerder overlijden.

Stel de premie van de beleggingsverzekering bedraagt per maand bedraagt 100 euro. Er wordt dan bijvoorbeeld 80 euro van de premie belegd en 20 euro wordt gebruikt als premie overlijdensrisicoverzekering. Kortom bij een gemengde beleggingsverzekering wordt niet de gehele inleg belegd, maar gaat een deel van de premie op aan de overlijdensrisicoverzekering.

De meeste gemengde beleggingsverzekeringen zijn zo genoemde universal life verzekeringen. Een term die voor het eerst is gebruikt in de Britse verzekeringswereld. Bij universal life verzekering, die door de meest verzekeraars op grote schaal werden verkocht is iets bijzonders aan de hand. Er is namelijk niet sprake van de 2 losse verzekeringen die samen in 1 verzekering zitten. Nee, de overlijdensrisicoverzekering correspondeert met de beleggingsverzekering. Stel zoals genoemd in bovenstaand voorbeeld dat het eindkapitaal van de beleggingen bij een rendement van 8%, 200.000 euro zou bedragen en dat het bedrag dat vrij moet komen bij overlijden voor einddatum ook 200.000 euro bedraagt. Dan dient het totale door de verzekeraar uit te keren bedrag tot 1 dag voor einddatum dus altijd 200.000 euro te zijn. Immers, bij overlijden van de verzekerde moet de verzekeraar 200.000 euro uit keren. Of dat nou gebeurt op dag 1 of op de allerlaatste dag of ergens er tussen in. Dit is anders op de dag van de einddatum. Op die dag hoeft de verzekeraar enkel het bedrag dat is behaald met de beleggingen uit te keren. Maar bij eerder overlijden dan op einddatum moet de verzekeraar dus wel het vaste bedrag van 200.000 euro uitkeren. Dit door de verzekeraar uit te keren bedrag moet de verzekeraar ergens vandaan halen. Vandaar dat de verzekeraar een deel van de premie aanwendt om te reserveren voor een uitkering bij overlijden of om ergens anders een overlijdensrisicoverzekering in te kopen. Zodoende wordt niet de gehele maandpremie belegd, maar wordt een deel van de premie gebruikt voor overlijdensrisicopremie.

Bij universal life producten is het zo geregeld dat de som van de beleggingen mag worden gebruikt om de overlijdensrisicodekking aan te vullen. Dat houdt in dat als de waarde van de beleggingen in bijvoorbeeld jaar 3, 20.000 euro zou bedragen, dat de verzekeraar maar 180.000 overlijdensrisicodekking hoeft uit te keren. Want 20.000 euro komt uit de pot van de beleggingen en 180.000 uit de overlijdensrisicodekking. Samen is dit de vereiste 200.000 euro. Nu er maar 180.000 euro hoeft te komen uit de pot van de overlijdensrisicodekking betekent dit dat er een kleiner deel van de premie hoeft te worden aangewend om het overlijdensrisicodeel te dekken. Een groter deel van de premie kan dus worden belegd. Hoe meer premie er kan worden belegd hoe meer het kapitaal kan groeien. Dus hoe hoger het eindkapitaal kan worden. Kortom; hoe beter de beleggingen renderen, hoe harder het kapitaal groeit, hoe minder overlijdensdekking er is vereist. En hoe minder overlijdensdekking er is vereist hoe minder premie er hiervoor nodig is.

Dit klinkt heel erg mooi, maar helaas treedt dit effect ook in tegengestelde richting op en dat kan desastreuse gevolgen hebben voor de waarde ontwikkeling van de beleggingspolis. Want als de waarde van de beleggingen achterblijft, dan moet er meer premie naar de overlijdensrisicoverzekering en gaat er minder inleg naar de beleggingen. En hoe minder premie er gaat naar de beleggingen, hoe verder de beleggingen achterblijven bij de prognose. En dat leidt er weer toe dat de er meer premie moet gaan naar de overlijdensdekking. Uiteindelijk is het in praktijk vaak zo erg dat de benodigde premie voor de overlijdensdekking zelfs hoger wordt dan de totale inleg. Als dat gebeurt wordt een deel van de waarde van de polis zelfs gebruikt om de overlijdensdekking in stand te houden. De polis wordt hierdoor minder waard en teert in. Dit wordt aangeduid als het inteer-effect. En natuurlijk is het zo dat hoe harder het inteer-effect optreedt, hoe meer hoger de premie overlijdensrisicoverzekering wordt. Hierdoor ontstaat een soort hefboom, waardoor de polis nog harder leegloopt. Dit wordt het hefboom-effect genoemd. Het inteer-effect en het hefboom-effect zorgen er dus samen voor dat de kosten voor de overlijdensrisicoverzekering zo groot worden dat de hele waarde van de polis wordt opgegeten. In woekerpolissen is dit veelvuldig het geval. De oorzaak ligt naast tegenvallende beleggingsresultaten ook in de hoge kosten die verzekeraars reken voor het beheer van de beleggingen en voor de premie overlijdensrisicoverzekering. Beide zorgen er voor dat de waarde van de polis achterblijft en dat de overlijdensrisicodekking hoger moet zijn dan vooraf geprognotiseerd. En zo kan het komen dat de beleggingsverzekering wordt opgegeten door de overlijdenrisicoverzekering.

Hulp Nodig?

Bel de advieslijn!

013-7999013

Op werkdagen tot 20.00 's avonds!

U kunt ook contact met ons opnemen via het contactformulier.